Joodse Begraafplaats

Joodse begraafplaats in 1857 ingericht, gemeentelijk monument. Monumenten zijn het Metaarhuisje (1936) en de grafvenvan Sarle de Haas-van Oss (1873), Mozes Catz (1891) en Markus van Leeuwen (1930).

De Joodse moedergemeente voor de dorpen in de Meijerij was Oisterwijk. Hier vestigden de eerste Joodse families zich in 1746, in Tilburg pas in 1767. Na 1795, met de komst van de Fransen, mochten Joden zich vrij vestigen. Na het herstel van de Nederlandse onafhankelijkheid werd Tilburg in 1816 de hoofdgemeente. In 1855 werd door het Joodse genootschap “Ahawath Sjoloum”, dat eensgezindheid betekent, een bunder heidegrond aan de zuidkant van de Oude Warande aangekocht en ingericht tot begraafplaats.

De eerste teraardebestelling vond plaats op 30 juli 1858. De begraafplaats die ‘Beth Chaim’ (Huis der Levenden) wordt genoemd, laat een mooie grafcultuur zien. Er zijn 'asjkenasische' graven (Oost-Europees) met een opstand, maar ook 'sefardische' graven (Zuid-Europees), met liggende zerk. Voor de rituele reiniging van de overledenen en het uitspreken van de lijkrede dient het Metaarhuisje. Met een getoogde dubbele ingangspoort, in de topgevel een rondvenster met Davidsster en twee hardstenen blokken met Hebreeuwse teksten. Naast de vele graven ook een hardstenen gedenksteen (1948) voor de Joden uit Tilburg en Oisterwijk die niet uit de vernietigingskampen zijn teruggekeerd.

Over het monument

Bredaseweg 415
  Tilburg