Lancierskazerne

Koning Willem II gaf A. Goyarts opdracht om deze kazerne te bouwen. De kazerne met stallen en schoorsteen zijn nu rijksmonument.

Na de scheiding van Nederland en België werd Tilburg garnizoensstad. Willem II kocht grond aan de St. Josephstraat en liet daar op eigen kosten een kazerne met stallen bouwen. De kazerne voor 200 manschappen kwam in 1842 gereed. De totale kosten bedroegen fl. 33.430. In 1851 werd hij door de erven van Willem II, die in 1849 was overleden, verkocht aan de gemeente. Inclusief reparaties kostte dat de gemeente 31.000 gulden.

In 1859 verkocht de stad het westelijk deel aan P.J. van den Bergh (lakenvollerij en wollenstoffenfabriek) en het oostelijke deel aan Norbertus de Kanter (leerlooierij en vellenbloterij). Later verkocht De Kanter zijn deel aan Van den Bergh en bouwde de firma onder de naam Van den Bergh Krabbendam (BeKa) een schoorsteen en ketelhuis (1904) In 1976 werd het fabriekscomplex inclusief kazerne door Tilburg teruggekocht. De fabrieksgebouwen exclusief de schoorsteen werden gesloopt evenals een deel van de kazerne. De resterende gebouwen zijn in 1986 gerestaureerd. In de kazerne zitten nu kantoren. De kazerne is de oudst bewaarde cavaleriekazerne van Nederland.

Over het monument

Sint Josephstraat 126
  Tilburg