Tongerlose Hoef

Rijksmonument in 1967 gered van sloop door prof. dr. H. van den Eerenbeemt en zijn studenten. De historie van deze hoeve gaat terug tot 1232.

Toen schonk hertog Jan van Brabant het patronaatsrecht (het recht om een pastoor te benoemen) van de kerk van West-Tilburg aan de Abdij van Tongerlo (Norbertijnen). Ook deed hij afstand van zijn tiendrecht, het recht een pachtsom in natura te heffen. Aanvankelijk was de hoeve de pastorie van Tilburg, maar deze functie ging in 1384 naar Huize Moerenburg. Zoals vele abdijhoeven werd de Tongerlose Hoef verpacht en beheerd door een functionaris belast met het innen van tienden en de opslag daarvan in een schuur. De opbrengst was bedoeld voor het onderhoud van de kerk, de pastoor en  de armen. De Tongerlose Hoef kende in de loop der tijd vele pachters, waarvan de namen vanaf 1490 bekend zijn. De hoeve moet meerdere malen verbouwd zijn.

In 1796 werd de hoeve door de Fransen gevorderd en verkocht aan Norbert Schoffers. Die verkocht haar in 1895 weer aan de familie Kolen, die tot 1955 eigenaar bleef. De hoeve werd gekocht door de gemeente in verband met een stadsuitbreiding. Maar sloop werd voorkomen en Amarant kreeg er een vestiging. Het complex bestond uit een langgevelboerderij, bakhuis, tiendschuur, karschop, potstal en schaapskooi. De schuren waren van het Vlaamse type, met grote deuren voor karren op hoge wielen. Alleen die karren waren namelijk geschikt voor de soms slechts begaanbare zandpaden. In 1967 werd het complex voor één gulden overgedragen aan een speciale stichting. Die restaureerde het complex met veel respect voor de oorspronkelijke bebouwing onder leiding van de Bredase architect ir. J. de Wilde. Later werd er op het terrein een perenlaantje (berceau) aangelegd door de Stichting Stadsbomen. Dit met oude fruitbomen afkomstig uit de tuin van het klooster van de Oude Dijk.

Over het monument

Reitse Hoevenstraat 129